CAW (heel Vlaanderen)

U bent hier

Als kind in een vluchthuis

"We zijn gevlucht van mijn stiefpapa"

Hallo! Mijn naam is Emma, ik ben negen jaar. Ik woon met mijn mama en mijn twee broers, Klaas en Maarten, in een vluchthuis.

Morgen verhuizen we naar een echt huisje. Wat ben ik blij! Ik maakte hier in het vluchthuis wel al wat vriendjes, die ik ga missen. Katrien De Hulpverlener ga ik ook missen, want zij heeft ons goed geholpen. Mama slaapt veel beter sinds ze met Katrien praatte over wat er allemaal gebeurd is. En mijn broers en ik ook. Maar toch ben ik blij dat we hier weggaan. Want mama zegt dat het nu voor echt is, en dat we dan in het huisje blijven. In de laatste drie maanden woonden we al op vier verschillende plaatsen. Eerst thuis in Ingelmunster, waar we al jaren woonden. Toen we thuis weggingen van mijn stiefpapa bleven we een tijdje bij een vriendin van mama logeren. Mama, mijn broers en ik sliepen daar allemaal samen op de dubbele matras. Dat vond ik eigenlijk wel gezellig, maar ik werd soms uit bed geduwd door Klaas en ik miste mijn lievelingsbeer ‘Bolletje’ die ik thuis had moeten achterlaten. Wanneer mijn stiefpapa terug een beetje rustiger was, keerden we even terug naar huis. Maar ja, zoals meestal werd hij na een tijdje toch terug boos. Ik snap niet waarom, want mama is altijd lief tegen hem. Op een dag werd hij eens heel kwaad. Toen mama ons dan meenam om weg te gaan, trok hij hard aan haar arm. Ik werd bang van hem en begon te wenen. Klaas troostte me, maar mijn stiefpapa werd dan ook kwaad op ons. Ik zag dat mama ook bang was. Ik weet niet zo goed meer wat er toen gebeurde, maar een beetje later waren we door de velden aan het weglopen van hem. Het had geregend en het was moeilijk om door de modder te lopen. Er stonden ook veel netels in de wei en dat deed pijn. Uiteindelijk kwamen we aan op het veld van de boer die wat verder van ons woont. We klopten aan en vertelden alles aan de boer. Hij gaf ons een warme chocomelk en belde de politie voor ons. Mama vertelde de politieman ook wat er gebeurd was. Hij zei tegen mama dat ze voorlopig niets konden doen en gaf haar het nummer van het CAW. Mama belde eerst opnieuw naar de vriendin om te vragen of we daar terug een paar dagen konden blijven. We gingen dus terug naar de dubbele matras, alweer zonder Bolletje. Toen was het vakantie en gingen Klaas, Maarten en ik even bij papa wonen. Daar heb ik mijn eigen bed, en zelfs mijn eigen kamer. Maar het is zo ver van school en onze vriendjes, dus voel ik me soms zo alleen. Toen school terug begon moesten we terug naar mama, maar we konden niet meer blijven wonen bij haar vriendin. Mama had al naar het CAW geweest terwijl wij bij papa woonden. Daar vertelden ze haar over het vluchthuis, waar mama samen met ons een tijdje kon wonen. Eerst vond ik het er niet zo leuk, omdat we er met veel mensen woonden. Maar na een tijdje werd ik het gewoon en maakten we vriendjes. Katrien De Hulpverlener stelde ons ook gerust. We zijn hier nu al een maand en ik zal het wel een beetje missen. Maar ik ben vooral blij dat we niet meer terug moeten naar onze stiefpapa. Mijn klasgenootjes vragen me elke dag waarom wij niet zoals normale mensen een vaste thuis hebben. Dan weet ik niet goed wat ik moet zeggen, want ik wil niet veel praten over wat er met mama en ons gebeurd is. Maar nu we eindelijk terug naar een huisje kunnen, zal alles terug normaal zijn. Ik hoop dat mama dan eindelijk ook gelukkig is!