CAW (heel Vlaanderen)

U bent hier

Een nieuwe start als vluchteling

“Ik ben blij dat het zwaarste achter de rug is”

Bij mijn aankomst in België, verbleef ik een tijdje in een lokaal opvanginitiatief te Jabbeke. Toen ik erkend werd als vluchteling was mijn opluchting groot. Het lange wachten was voorbij, ik kon eindelijk weer vooruit kijken en werken aan een goede toekomst voor mezelf en mijn kinderen.

Ik moest echter ook het opvangcentrum verlaten en een woning vinden voor mijn gezin. Dit was moeilijker dan ik dacht. Ik had weinig geld en kende niemand in België bij wie ik terecht kon. Bovendien wist ik niet hoe alles hier in zijn werk gaat om een woning te huren. De maatschappelijk werkster van het OCMW verwees mij door naar het onthaal van het CAW. Via hen kon ik met mijn kinderen terecht in de vrouwenopvang van Oostende.

Hierbij had ik een dubbel gevoel. Aan de ene kant was ik blij dat ik niet op straat hoefde te slapen, aan de andere kant was dit niet wat ik in gedachten had als ik aan ‘een nieuwe start’ dacht.
In de vrouwenopvang kreeg ik een begeleidster toegewezen die me zou helpen met alles wat nodig was om terug uit het opvangcentrum te vertrekken. Er diende heel wat geregeld te worden: Ik had medische problemen, mijn kinderen moesten ingeschreven worden in de school en de kinderopvang, ik wilde Nederlands leren, werk vinden, mijn dossier bij de mutualiteit moest in regel gebracht worden, ik wilde weer contact opnemen met mijn familie in mijn thuisland, …

Die eerste periode in de vrouwenopvang was lastig. Ik had geregeld paniekaanvallen en door de stress kon ik moeilijk om met de driftbuien van mijn peuter. Soms werd het me echt te veel en wilde ik het opgeven. Ook het samenleven in groep was niet steeds gemakkelijk. Iedereen die daar zit heeft zo haar eigen problemen, en als je stress en zorgen hebt kun je weinig verdragen van elkaar.

Maar er waren ook positieve kanten aan. Van de bewoonsters en de begeleidsters in het opvangcentrum leerde ik veel over de Belgische cultuur. De taal was soms een probleem, maar iedereen, zowel bewoonsters als begeleidsters, deed haar best en uiteindelijk lukte het wel. We hebben zelfs heel wat afgelachen met onze ‘gebarentaal’, de mix van verschillende talen om mekaar toch maar te verstaan, en de grappige misverstanden die daar soms uit voortvloeiden. Gelukkig konden we door zulke grappige momenten soms onze zorgen en problemen vergeten.

Ik kon ook goed praten met mijn begeleidster. Zij hielp mij om alles op een rijtje te zetten: wat moet er eerst gebeuren? Wat is het belangrijkste? Wat kan wachten tot wanneer ik alleen woon? Dit hielp mij wel om een overzicht te bewaren en niet op hol te slaan bij de minste tegenslag.

Ondertussen woon ik reeds bijna een jaar in mijn appartement met mijn kinderen. Ik volg nog steeds Nederlandse les en kan binnenkort starten met werken via het OCMW. Als ik terugkijk op die eerste periode in België, ben ik blij dat dat achter de rug is. Helemaal opnieuw beginnen, het lange wachten, de eenzaamheid en de onzekerheid. Maar ik heb ook veel geleerd. Over België, over Oostende, maar vooral over mezelf. Ik ben eigenlijk wel trots op wat ik ondertussen heb bereikt en ik ben sterker dan ik eigenlijk dacht! Ook kijk ik met veel dankbaarheid terug op de vrouwenopvang. Ik vind het ongelofelijk dat er zulke opvangcentra bestaan, met mensen die zo geduldig en behulpzaam zijn.