CAW (heel Vlaanderen)

U bent hier

Leven met een depressie

"Dankzij mijn depressie kan ik nu weer genieten van mijn leven"

In oktober 2001 raakte ik in een ernstige depressie. Uit een diep dal klim ik met hulp van mijn man langzaam weer naar boven.
In januari 2001 heb ik een zelfmoordpoging ondernomen. Ik zat geestelijk volledig in de put. Mijn moeder verbrak om een onzinnige reden al het contact en omdat ik geen broers of zussen heb en mijn vader al een paar jaar daarvoor overleden was, voelde ik me moederziel alleen.

Die bewuste dag reed ik in de auto en besloot ik bewust om op de andere weghelft te gaan rijden toen ik een vrachtwagen zag aankomen. Ik had geen zin meer in het leven. Op het allerlaatste moment stuurde ik toch nog terug. Het zou oneerlijk zijn iemand anders in mijn ellende mee te slepen en wat zou ik mijn man aandoen? Toen ik thuiskwam, heb ik uit schaamte niets tegen hem gezegd. De maanden erna sukkelde ik zo'n beetje verder. Ik werkte gewoon hard door, maar sliep heel weinig en onrustig. In september 2001 werd ik geopereerd aan een gezwel onder mijn knie. Na de operatie moest ik een paar weken rust houden. Toen ben ik aan het piekeren geslagen. Je verveelt je, ligt op bed of op de bank, dus ga je malen. Gelukkig bleek de uitslag van het gezwel positief. In diezelfde periode werd er bij mijn schoonvader kanker geconstateerd. Dat leek wel de laatste druppel, want op een gegeven moment, had ik het helemaal gehad. Ik stortte volledig in.
In paniek heb ik mijn man opgebeld met de mededeling dat ik het niet meer zag zitten. Hij is direct uit zijn werk naar huis gekomen en nam me mee naar de huisarts, die ons doorverwees naar de het Crisisonthaal. Niets interesseerde me meer op dat moment. Ik was afwezig, voelde bijna niets meer en leek wel een zombie. Tussen neus en lippen door vertelde ik in het gesprek met de psychiater over de mislukte zelfmoordpoging. Mijn man schrok zich uiteraard wezenloos, maar werd niet boos.
Omdat we geen kinderen thuis hadden, hoefde ik niet opgenomen te worden. Ik kreeg antidepressiva en een inslaper (slaapmiddel) om weer een beetje tot rust te komen. Volgens de psychiater had ik al mijn reserves verbruikt. Zowel lichamelijk als geestelijk was ik helemaal op. Wekelijks ging ik naar therapie. Mijn man ging iedere keer met me mee en bleef vijf weken continu bij me om voor me te zorgen.
Ik was behoorlijk suïcidaal, dus hij durfde me niet alleen te laten. Hij stimuleerde me om 's ochtends op te staan en me aan te kleden. Als het aan mij lag, kwam ik mijn bed niet meer uit. Mijn man was heel lief en zorgzaam en is een grote steun voor me geweest. Zonder hem was ik er absoluut niet meer geweest. Hij heeft veel met me te stellen gehad. Ik was altijd maar negatief en schaamde me tegenover iedereen voor mijn depressie. Nam geen telefoon aan, wilde niemand zien, omdat dat te confronterend was.

Inmiddels, twee en half jaar na de genadeklap, ga ik nog steeds naar therapie. De depressie is nog niet over, maar het gaat al wel veel beter met me. Ik heb weer zin om dingen te ondernemen en ben iets positiever. In het tekenen, schilderen en gedichten schrijven kan ik mijn gevoel goed kwijt en dat helpt in het verwerkingsproces. De vrouw van nu is een heel andere dan die van twee en half jaar geleden. Vroeger was ik afhankelijk van anderen en cijferde ik mezelf weg. Ik maakte me druk over wat mensen van me vonden en kon geen NEE zeggen.

Nu kies ik in de eerste plaats voor mezelf. Voorheen had ik dat als egoïstisch bestempeld, maar nu weet ik dat er nog een IK is en dat ik naar die IK moet luisteren. Ik geef duidelijker mijn eigen grenzen aan en voel me vrijer.

Vroeger bestond er haast niets anders dan werk en carrière, nu is mijn privé-leven nummer 1. De relatie met mijn man is zo mogelijk nóg hechter geworden. Hij luisterde naar me, had engelengeduld met me en heeft me er doorheen gesleept. Mijn depressie heeft me op alle fronten wakker geschud en dat is goed geweest. Ik geniet nu veel meer van het leven dan voorheen.

Het gaat heel goed met mij. Sinds eind 2004 gebruik ik geen medicatie meer. Mijn therapie is een paar maanden later ook gestopt. Wel zal ik altijd mijn eigen grenzen moeten bewaken. Op tijd rust nemen en zorgen dat de boog niet te gespannen raakt. Inmiddels heb ik een nieuwe uitdaging gevonden en mijn eigen bedrijf opgericht. Ik kan nu zelf mijn werktempo bepalen. Ik heb moeten accepteren, dat mijn leven een heel andere wending heeft genomen, maar ondanks de beperkingen zijn mijn man en ik er veel sterker uitgekomen.