CAW (heel Vlaanderen)

U bent hier

Mijn ex vertrouwen met mijn kind

“Sofie begon uiteindelijk zelf te vragen wanneer ze haar papa zou terugzien”

Na de geboorte van Sofie kregen Thomas en ik steeds meer ruzie. Ik voelde me steeds meer alleen en zocht steun bij een goede collega, Koen. Thomas was altijd al bezitterig en werd heel achterdochtig.

Op een dag zag ik hem mijn GSM controleren en hij ontdekte zo een SMS van Koen. Thomas werd razend, begon te roepen, sloeg me en greep me bij de keel. Jammer genoeg heeft Sofie, toen 5 jaar, dit allemaal zien gebeuren. Toen zij keihard begon te schreeuwen, is Thomas naar buiten gelopen en met gierende banden vertrokken.
Ik heb mijn boeltje gepakt en ben met Sofie terug naar mijn ouders gegaan. Mijn ouders en ik zijn naar de politie gegaan om aangifte te doen van wat gebeurd was.
In de maanden nadien probeerde Thomas op allerlei manieren in contact te komen met mij en Sofie. Hij stond vaak aan de schoolpoort, kwam Sofie opzoeken na de zwemles, belde mijn ouders, …
Om wat rust te brengen in de situatie, spraken Thomas en ik af dat Sofie op haar zesde verjaardag een woensdagnamiddag met hem zou doorbrengen. Koen en ik hadden intussen een relatie en we brachten Sofie naar het park waar Thomas haar zou opwachten. Toen Thomas Koen zag, sloegen zijn stoppen door en begon hij onophoudelijk op hem te kloppen. Voor Sofie de tweede maal dat ze haar papa zo zag.
Op aanraden van de politie nam ik een advocaat onder de arm. De zaak kwam voor en de familierechter sprak over het belang van Sofie om ook contact te blijven hebben met haar papa en verwees ons naar de bezoekruimte van het CAW. Dit was totaal onbegrijpelijk voor mij, gezien de ernst van de feiten.
Zoals de familierechter had bevolen, nam ik diezelfde week nog contact op met een hulpverlener van de bezoekruimte. Ik ging met veel tegenzin naar het kennismakingsgesprek, maar ik wilde wel deze kans benutten om mijn kant van het verhaal te vertellen.
Hoewel de hulpverleners van de bezoekruimte geen standpunt innemen, voelde ik me wel ondersteund en au sérieux genomen. Ik vernam dat het niet alleen zou gaan om het organiseren van bezoeken op zich, maar om een totale begeleiding. Er werd kennis gemaakt met mij, Thomas en Sofie, elk afzonderlijk. Er werd geluisterd naar ieders bezorgdheden. De bezoeken werden grondig voorbereid en regelmatig geëvalueerd.
Er werd me ook meteen verteld dat de begeleiding van de bezoekruimte tijdelijk is en dat het einddoel een zelfstandig contact is tussen Thomas en Sofie. Dat leek me op dat moment een onmogelijke opdracht en baarde me grote zorgen.
Ik merkte dat er heel veel met Thomas en mij werd gewerkt en dat er heel veel rekening werd gehouden met Sofie. Telkens we voor een nieuwe stap in de begeleiding stonden, werd er zowel aan mij als aan Thomas akkoord gevraagd.
De dag van het eerste bezoek waren Sofie en ik enorm gespannen. De hulpverlener van de bezoekruimte, Karolien, had met mij besproken hoe ik Sofie zo goed mogelijk kon voorbereiden op dit contact. Dat was een moeilijke opdracht, vermits ik zelf heel wat twijfels had. Anderzijds wou ik voor Sofie wel graag dat het bezoek zo goed mogelijk zou verlopen.
Sofie vertelde me niet veel over het bezoek. ’s Avonds klaagde ze over buikpijn en ze raakte heel moeilijk in slaap. Dit versterkte de bezorgdheden die ik nog steeds had. Karolien stelde me gerust dat wel meer kinderen bij de opstart van bezoeken moeilijkheden ondervinden.
Er waren dagen dat ik ernstig overwoog om te stoppen met de begeleiding. Het feit dat de bezoeken hier ten minste in een veilig kader konden doorgaan, gaf voor mij de doorslag om vol te houden.
Gaandeweg zag ik dat Sofie rustiger was voor en na een bezoek, en meer over haar papa begon te vertellen. Ze begon zelf te vragen wanneer ze haar papa zou terugzien. Dat voelde erg vreemd, maar het waren voor mij belangrijke signalen dat de bezoeken zinvol waren.
Toen het voorstel voor een buitenbezoek volgde, voelde ik me toch opnieuw geremd. In een gesprek met Karolien had Sofie gezegd dat ze graag eens met papa zou gaan zwemmen. Ik besefte dat ik dit een kans moest geven.
Intussen zijn er 5 zelfstandige bezoeken doorgegaan. De eerste twee keer spraken Thomas en ik af aan het gebouw van het CAW. Daarna spraken we op een andere plaats af. Het contact tussen Thomas en mij is nog erg voorzichtig, maar op dit moment is het voldoende. We zijn op goede weg. Het vertrouwen kan terug groeien.