Anneke Pipeleers publiceert boek over de therapeutische relatie
Recent verscheen Helende tranen bij de therapeut, het eerste boek van Anneke Pipeleers. Anneke werkt als hulpverlener bij het CAW en runt de psychotherapeutische praktijk De Waterdrager. Met Helende tranen bij de therapeut wil ze de lezer uitnodigen om te vertragen en stil te staan bij de relatie tussen cliënt en hulpverlener. In dit interview vertelt Anneke wat haar dreef om in haar pen te kruipen. Onderaan de pagina vind je een fragment uit het boek.
In Helende tranen bij de therapeut deelt Anneke Pipeleers – bachelor in de psychologie, transpersoonlijk therapeut, mindfulnesstrainer en TRE-provider – haar ervaring van jaren in de praktijk. Niet als expert die boven het proces staat, maar als collega die durft te tonen wat hulpverlening werkelijk vraagt: aanwezigheid, eerlijkheid en het vermogen om geraakt te worden.
Wat was voor jou de belangrijkste drijfveer om dit boek te schrijven?
Anneke: ‘Ervaring heeft me geleerd dat groei en herstel niet alleen ontstaan door technieken, methodes of juiste woorden, maar vooral door de ontmoeting tussen twee mensen. Ik leerde dat durven aanwezig te zijn bij de kwetsbaarheid van de ander, maar ook bij die van mezelf, een wezenlijk verschil maakt.’
Ik werk met mensen in zeer kwetsbare situaties die vaak een zware rugzak meedragen.
‘In mijn beleving zet deze aanwezigheid de deur open naar heling. Een gedeelde traan zegt soms meer dan duizend woorden. Naar mijn mening wordt daar nog te weinig over gesproken. Dat wil ik met mijn boek doorbreken.’
Je verkent 21 krachten in de therapeutische relatie. Welke kracht is voor jezelf transformerend geweest in jouw werk als hulpverlener?
Anneke: ‘Dan kies ik voor de kracht aanwezig blijven. Voor mij betekent dat niet meteen iets willen oplossen of verklaren, maar blijven bij wat zich aandient. Ook als dat ongemakkelijk of pijnlijk is.’
‘Ik werk met mensen in zeer kwetsbare situaties die vaak een zware rugzak meedragen. Die rugzak erkennen door samen aanwezig te blijven bij pijn en lijden, zonder te focussen op antwoorden, blijkt vaak het grootste geschenk.’
Je kiest in je boek voor proza, poëzie en reflectievragen om je verhaal te vertellen. Waarom koos je voor deze aanpak?
Anneke: ‘Dat was geen bewuste keuze. Het boek groeide organisch. Soms bleek een oud gedicht ineens perfect te passen bij een hoofdstuk en dan kreeg die tekst een plek in mijn boek. Poëzie, proza en reflectievragen spreken hoofd, hart en lichaam aan en nodigen de lezer uit om te vertragen en te voelen wat de tekst met hen doet.’
Je wil met het boek geen stappenplan of uitgeschreven methodieken aanbieden, maar wel een kompas. Wat hoop je dat hulpverleners met dat kompas anders gaan doen?
Anneke: ‘Het is mijn hoop dat ze het boek gebruiken om af en toe te pauzeren en zich af te vragen wat er tijdens een gesprek werkelijk nodig is. Niet door nog meer te doen, maar soms juist door minder te doen.’
Voor cliënten hoop ik dat het boek erkenning biedt.
‘Dat kan bijvoorbeeld door meer te luisteren, meer te voelen en ook hun eigen menselijkheid toe te laten. Tussen sessies door hoop ik dat het hulpverleners helpt om zachter te zijn voor zichzelf en mild te blijven in een vaak veeleisende werkcontext.’
Je boek richt zich niet alleen tot hulpverleners, maar ook tot cliënten en een breed publiek. Wat hoop je dat zij in je boek zullen vinden?
Anneke: ‘Voor cliënten hoop ik dat het boek erkenning biedt. Wat zij voelen mag er zijn, ook dingen die lastig kunnen zijn zoals twijfel, schaamte, weerstand of stilte.’
‘Voor een breder publiek hoop ik dat mijn boek laat zien dat groei en herstel geen perfect proces is, maar iets menselijks, soms rommelig, soms pijnlijk en tegelijk diep verbindend. In het leven blijven we onderweg, als cliënt, maar ook als de hulpverlener.’
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
Fragment uit Helende tranen bij de therapeut.
Er zijn van die momenten waarop je iets van jezelf de wereld in brengt – iets nog prils, nog kwetsbaars, iets dat nog moet groeien. Zo voelde het toen ik vertelde dat ik een boek aan het schrijven was. Ik deelde het met een gevoel van opwinding, bijna zoals je een pasgeboren kind toont, met trots en zachte handen.
Maar soms, net op die momenten, voel je hoe een reactie – al is ze klein of achteloos – als een koude wind over dat jonge vuur waait. Een ondertoon van twijfel, een vluchtige blik, en plots wordt iets in jou onzeker. Alsof dat wat uit je hart kwam, er niet helemaal mag zijn.
En dat is precies wat kwetsbaarheid zo spannend maakt: je weet nooit hoe ze ontvangen zal worden. Je toont iets vanbinnen, iets naakts – en je hoopt op zachtheid. Want niets doet zo’n pijn als je kwetsbaar opstellen en daarin niet ten volle erkend worden.
Je toont iets vanbinnen, iets naakts – en je hoopt op zachtheid.
Datzelfde zie ik in therapie. Cliënten die stukje bij beetje hun pantser afleggen. Die durven voelen, spreken, huilen – soms voor het eerst. En dan komt die ene blik, die ene opmerking die net te snel, te scherp, te onbewust is… en het hele veld sluit zich weer. Wat daarvoor openstond, trekt zich terug. En soms blijft dat slot nog lang gesloten.
Daarom is het zo essentieel dat we als therapeut een bedding bieden die vrij van oordeel is. Die niet alleen luistert, maar ook draagt. Juist op de plekken waar schaamte woont, waar oud zeer zich toont, waar iemand zichzelf amper durft te laten zien – dáár moeten we nog zachter worden. Nog empathischer. Nog respectvoller. Daar moeten we knielen bij wat heilig is in zijn kwetsbaarheid.
Kwetsbaarheid verdient eerbied. Niet omdat het zwak is, maar omdat het de plek is waar werkelijke ontmoeting ontstaat. De plek waar we elkaar kunnen raken van mens tot mens.
Wil je Helende tranen bij de therapeut kopen?
- Ga naar de website van de uitgeverij.
- Koop het boek rechtstreeks bij Anneke (0478 30 03 49 of info@dewaterdrager.be).