Deze stilte doet nadenken

(of wat de lockdown doet met de mens achter de hulpverlener)

Hier zit ik dan… Op het zoveelste plekje in huis dat ik uitprobeer en waarvan ik denk dat dit een blijver is als bureau.

Eerlijk… Ik vond in het begin echt mijn draai niet met dat thuiswerk. Mijn kat liep voor m’n voeten, technisch liep er van alles fout met mijn computer en telefonisch overleggen met mijn cliënten en collega’s kostte me meer energie dan contacten face tot face…

Ik kreeg geen structuur in mijn dagen. Ik deed niet meer aan sport, bleef de hele dag in m’n fleece en jogging rondlopen, ik merkte dat ik door binnen te zitten een stukje van de realiteit begon te missen. Wanneer ik naar de winkel moest, was ik zenuwachtig, en als mensen te dichtbij kwamen begon m’n hart twee keer zo snel te slaan uit schrik… Ik begon boos te kijken (al denk ik dat dat door m’n mondmasker en bange ogen nogal meeviel).

Alles was zoveel vermoeiender dan in het ‘gewone’ leven.

Ondertussen zijn we zes weken verder.  Maar echt wennen doet het niet.

Het lijkt alsof ik hier thuis minder ‘buffer’ heb dan op het werk.

Ik merk dat alle verhalen van deze coronatijden me veel harder raken, en dan bedoel ik echt wel àlle. Bel ik met familie, vrienden, met collega’s, met cliënten, spreek ik met een voorbijganger, of over het hek met de buren, al die verhalen komen ongefilterd binnen en raken me diep. Ook omdat ze gekleurd worden door mijn eigen persoonlijke verhaal, dat van mijn grootmoeder die in een woonzorgcentrum verblijft en positief getest is, mijn grootmoeder die ik nu niet kan zien en waar ik zo’n hechte band mee heb. Dat maakt dat ik al die zorgen, angsten, al dat gemis zo hard herken.

Maar ik herken ook de momenten van groot en klein geluk. En dat ontroert me. Cliënten die terug contact krijgen met familie, of die zich engageren voor andere kwetsbare mensen, die me een bedankkaartje sturen, vrienden die creatief worden om toch die verbinding te houden met elkaar, allerlei mooie burgerinitiatieven die ontstaan, de Ronde van Vlaanderen die toch nog gereden werd (al was het maar virtueel), wandelaars die een taart of ander lekkers naar de dagopvang brengen. Geweldig vind ik dit.

Corona maakt me tegelijk ook erg week en ik merk dat ik dit goed-voelen nodig heb en het heel impulsief begin op te zoeken. Lokale winkels steunen? Oké! Ik bestel cadeautjes voor mijn familie en vrienden en stiekem ook een paar voor mezelf. Dankbaarheid tonen voor de hulpverleners? Oké! Ik knip en plak allerlei steunboodschappen voor wie ze maar wil lezen op mijn garagepoort, … Onbesuisd emotioneel word ik ervan, terwijl ik normaal een rustiger rationeler iemand ben. En daardoor krijgt ook m’n grootste angst de ruimte om de kop op te steken…de angst voor de periode nadien… voor de opgekropte tranen en littekens die deze crisis heeft veroorzaakt bij de mensen.

Heeft die voorbije periode me nog dingen bijgebracht? Jazeker. Toen de oproep kwam voor extra hulp in de andere deelwerkingen van het CAW, ben ik daar meteen op ingegaan en in de dagopvang voor dakloze mensen gaan helpen. Ik was blij om uit m’n kot te kunnen komen en terug in het werkveld te kunnen gaan staan. Al was mijn omgeving aanvankelijk toch bezorgd doordat ik niet veilig thuis bleef werken.

Ondertussen help ik daar nu 2 dagen per week. Ik zie gemotiveerde collega’s, moedige studenten, gulle burgers en dankbare bezoekers.

Dit geeft me weer zoveel energie.

En alles welbeschouwd heb ik ook veel dingen meer leren appreciëren: het trager leven, de veerkracht die mijn cliënten laten zien, mijn lieve collega’s die zich blijven inzetten voor die meest kwetsbaren en elkaar, de buren die ik beter leerde kennen, geëngageerde en gulle burgers en m’n familie en vrienden waar ik telkens tegen bij terecht kan als ik weer wat weker word.

Kristina Schuyten is hulpverlener begeleid wonen & preventieve woonbegeleiding bij CAW Oost-Brabant.