Getuigenis

'Straks is de uitvaart van je vrouw achter de rug en ben je alleen.'

Rouw, vroeg of laat krijgt iedereen ermee te maken. Hoe uit je jouw verlies? Wat zeg je als je nabestaanden condoleert? De juiste woorden vinden is moeilijk. ‘Veel sterkte,’ krijgen nabestaanden te horen. ‘Daar heb je niks aan,’ zegt Jean. Hij moest onverwacht en te vroeg afscheid nemen van zijn vrouw. Het rouwproces viel hem zwaar. Hij zocht steun bij de rouwgroep van CAW Limburg en gemeente Heusden-Zolder. ‘Als ik iemand met mijn verhaal kan helpen,’ zegt Jean, ‘dan is het geslaagd.’

Wat betekende de deelname aan de rouwgroep voor jou?

Jean: ‘Ik vond er troost, maar ook handvaten. De verhalen van de andere deelnemers inspireerden me en ik kon hen op mijn beurt inspireren. Tijdens een van de bijeenkomsten vertelde ik over mijn gesprek met de pastoor. Hij zei: “Straks is de uitvaart van je vrouw achter de rug en ben je alleen. Mensen gaan best nog eens komen, maar ze komen op een moment dat het jou niet past.” Hij raadde me aan om zelf mensen te vragen of ik hen eens mocht bellen. Als tweede tip stelde hij voor dat ik op bezoek zou gaan bij mensen in de buurt die zelf ooit iemand waren verloren. Dat heb ik gedaan. Ik stelde ze allemaal één vraag: “Wat heb jij gedaan om met het verlies om te gaan?” Ze gaven allemaal een gelijkaardig antwoord: “Doe iets.” Dat kon over kleine dingen gaan, bijvoorbeeld een kast opruimen.’

Ben je vervolgens ook op die manier met jouw rouwproces aan de slag gegaan?

Jean: ‘Het zit ‘em inderdaad in de kleine dingen, maar die lijken op dat moment wel Himalaya’s! Ik deed soms dingen op automatische piloot. Het belangrijkste was dat ik bezig bleef. Op die manier kon ik verder. Mensen zeggen: “Tijd heelt alle wonden.” Je hebt inderdaad tijd nodig, maar als je alleen de tijd z’n werk laat doen, krijg je een etterende wonde. Rouw lost zichzelf niet op, je moet eraan werken.’

En dat heb je gedaan?

Jean: ‘Na de dood van mijn vrouw voelde ik me de meest eenzame mens ter wereld. Maar hoe kwam ik daaruit? Dat bleek millimeterwerk. Als een stap te groot was, maakte ik er twee kleinere stappen van. Maar ik moest elke dag iets doen. Dat was ik aan mezelf verschuldigd. Zelfs naar de bakker gaan kon me zwaar vallen. Dan zei ik tegen mezelf: “Spring in de auto en rij er eens rond.” Als ik daar eenmaal was, had ik meestal toch de moed om uit te stappen. Als ik die niet vond, dan probeerde ik het de dag erna opnieuw.’

Kort na het overlijden van je vrouw heb je hulp gezocht. Hoe heb je dat aangepakt?

Jean: ‘Ik ging eerst bij een therapeut langs. Dat was best lastig, maar ik wilde weg uit die ellende. Ik weet nog dat de therapeut me vroeg of ik hobby’s had. Ik vertelde haar over mijn wijngaard, maar dat ik geen zin had om dat jaar iets met de druiven te doen. “Laat de vogels maar komen,” zei ik. “Als je ze nou eens plukt,” stelde ze voor, “dan kun je ze daarna nog altijd weggooien.” En ik heb ze geplukt. Toen dacht ik: ik ga ze niet weggooien. Op automatische piloot heb ik wijn gemaakt en op flessen gezet. Hij smaakt verdomd lekker.’

Hoe ben jij bij de rouwgroep terechtgekomen?

Jean: ‘De therapeut raadde me de rouwgroep aan. Ook die stap was groot. Maar mijn drang om verder te gaan, was groter dan de schroom die ik bij het zetten van die stap voelde.’

Welke verhalen of tips van de andere deelnemers hebben jou geïnspireerd?

Jean: ‘Tijdens de bijeenkomsten kreeg iedereen de kans om te vertellen wat hij de voorbije week had gedaan. Op een keer vertelde iemand iets over gordijnen wassen. Waarop ik dacht: ja, de gordijnen, die moet je af en toe eens wassen. Vroeger had ik me nooit iets van het huishouden moeten aantrekken. Op zulke momenten besefte ik dat ik daar ook aan moest denken.’

Hoopte je dat je tijdens de rouwgroep zulke tips zou krijgen?

Jean: ‘Nee, niet echt. Ik ging er in eerste instantie naartoe met het idee: ik zie wel wat er gebeurt. Een rouwgroep is geen tovermiddel. Ik wilde tijdens de bijeenkomsten eerlijk zijn en intensief meedoen in de hoop dat ik een klein stukje zou opschieten in mijn rouwproces. Dat was ook precies wat er gebeurde. Ik maakte sprongetjes vooruit en dat vond ik super. Het hielp me om in beweging te blijven.’

Tijdens elke bijeenkomst kreeg je ook uitleg over het rouwproces. Heb je daarvan iets meegenomen?

Jean: ‘Ik heb veel gehad aan de literatuur van Manu Keirse die aan bod kwam. Hij kan de verschillende fases van een rouwproces goed beschrijven. Hij gaf me een beter zicht op het stuk van het proces dat ik achter de rug had en wat me nog te wachten stond. Zijn woorden boden ook troost. Ik wist dat als ik die fase voorbij was, dat de volgende ook wel zou lukken. De combinatie van de rouwgroep en de literatuur zorgde ervoor dat ik de woorden vond om over mijn verlies te praten. Hetzelfde geldt voor tranen. Tijdens de rouwgroep hoorde ik: “Als je huilt, is er weer een streepje verdriet weg.”. Is dat zo, vroeg ik me toen af. Maar het klopt. Net als woorden geven tranen vorm aan rouw.’

Heb je met je vrouw ooit een gesprek gevoerd over de dood?

Jean: ‘Ja, dat hebben we gedaan. We praatten veel. Er waren geen taboes. Toen ik rouwde vond ik ook steun in de gesprekken die we daarover hadden gevoerd. Dat neemt niet weg dat ik af en toe kwaad op haar kan worden omdat ze me verliet. Ik weet dat ze daar niets aan kon doen. Er was geen keuze. Maar toch ben ik soms nog kwaad. Gelukkig komt dat steeds minder vaak voor.’

Wat zou je tegen iemand zeggen die twijfelt om deel te nemen aan de nieuwe rouwgroep in november?

Jean: ‘Wat je tegen zo iemand niet moet zeggen is: “Dat moet je zeker doen.” Dat is hetzelfde als: “Veel sterkte!”. Ik zou een half uurtje met hem of haar praten en zeggen dat niemand zin heeft in een rouwgroep, zelfs niet als je alleen gaat om te luisteren. Eens je binnen bent, praat je toch. Je herkent jezelf in de verhalen van anderen en durft het woord nemen.’

Heb je zoals Jean iemand dierbaar verloren? Heb je moeite om het verlies te verwerken? Neem deel aan de rouwgroep. Elke rouw is uniek. We ondersteunen je in jouw persoonlijke proces.

De rouwgroep bestaat uit 8 bijeenkomsten en gaat telkens door op een dinsdag van 18 u. tot 20 u. in ‘t Klim-Op-Ké (zaal Asterix), Kerkenblookstraat 7 in Heusden-Zolder. We starten op 24 november 2020.

Heb je vragen? Wil je je inschrijven? Contacteer Marleen Hoeben (011 85 99 20 of marleen.hoeben@cawlimburg.be) of Karen Stalmans (011 68 86 00 of karen.stalmans@cawlimburg.be).